Een verhaal van Henk Gruys
Vorige: Slopers Gevraagd - Afl. 2 van 5
Volgende: Slopers Gevraagd - Afl. 4 van 5
Een verhaal van Henk Gruys
Slopers Gevraagd - Afl.3 van 5
Overal waren trappen en terrassen. Die omgeving herinnerde hem aan niets zo sterk dan aan het platform van een grote luchthaven. Maar hij gunde zich nauwelijks tijd om de vergelijking te toetsten en begon meteen werk te maken van zijn zoektocht.Hij kwam in restaurants waar de bezoekers verbazend veel herrie maakten en toch niet veel van plaats veranderden. Hij ontdekte beneden ook zijn schoolgenoten weer. Ze leken te overleggen wanneer en waar ze eindelijk eens zouden gaan zoeken, met een ijver die op zijn minst verdacht leek.
De zon stond dezer dagen zeer warm aan de hemel. Het zweet brak hem uit op de betonnen vlakten. Hij zocht in de mensendrommen, tuurde in de verte of spiedde langdurig om zich heen. Beklom een uitgestrekte schuinte en zag dan boven alles uit een zandstrand vol badstoelen, dat naar beneden afliep, als was de zeespiegel sterk gedaald. Dan weer besteeg hij een lange trap en het werd nog heter, als kwam men zo dichter bij de zon. Dat ik mij met mijn slechte conditie nog zoveel moeite moet getroosten, dacht hij herhaaldelijk tijdens het klimmen.
Hij liep alsmaar verder, en consequent de immense ijzeren constructie van de Eiffeltoren in de rug houdend, overzag hij het strand vol parasols. Soms van een verhevenheid en later weer op gelijk zandniveau, omdat de trappen en terrassen niet allemaal even hoog waren. Ik zou op deze intensieve manier toch enige voortgang moeten boeken, bedacht hij keer op keer.
Maar diep in zijn hart had hij de hoop op gunstig resultaat eigenlijk al opgegeven.
Daarom kocht hij tenslotte maar in een grote schuur bovenaan de heuvelbebossing een kaartje voor de kabelballon die erachter afgemeerd lag, teneinde zich een beetje te ontspannen.
Het viel Lino op, toen de ballon los was, in hoe volmaakte vierkanten verdeeld de grote tuin was waar hij overheen dreef. Hoe verbazend recht de paden, zuiver kwadratisch de gazons, nauwkeurig cirkelvormig de vijvers waren, waarin de zon schitterde als witvloeibaar zilver.
Het luchtschip daalde echter weer spoedig. De tuin waarin het landde, hoe mooi van boven ook, bleek toen Lino was uitgestapt slechts een miniatuur. De paden waren niet breder dan een halve meter, de parkvijvers niet groter dan tafellakens, de bomen niet hoger dan driekwart manslengte. Gigantisch in de nevelige verte evenwel het vuilroze skelet van de Eiffeltoren. – Al had Lino daar niet lang oog voor. Meer benauwde hem op dit ogenblik aan het einde van een boulevard de zandkleurige Arc de Triomphe met zijn beeldhouwwerk in reliëf. Hij voelde opnieuw de weerzin, net als de vorige dag, deze te moeten bestijgen teneinde zich een overzicht van de omgeving te verschaffen.
Maar dichterbij gekomen zag hij dat de Arc eveneens een model was. Zelfs van karton naar het bleek, met de voorstelling van de boog er gewoon op gedrukt. Toen hij hem nog meer naderde, zag hij op de zijkant een Franse reclame voor schuurpoeder, in letters die hij alle op twee na kon ontcijferen.
Hier brak fel de zon door en de dauwdruppels op de struiken glinsterden blauwig als briljanten.
Lino bedacht nu dat hij de hinderlijke schoolmakkers dan wel van zich had afgeschud, maar hij op een gunstig resultaat van zijn zoektocht toch ook niet kon bogen.
Opkomende maan
Lino had eindelijk een plaats gevonden; in een tent op een tamelijk armoedige camping bij Parijs.
Iedere ochtend als hij ontwaakte, werd hij dadelijk door grote ongerustheid overvallen: dat de oude pater die de camping beheerde en met wie hij vriendschap had gesloten, die zelfs zijn toeverlaat was geworden, vertrokken zou zijn. Bijvoorbeeld was afgereisd, of door zijn kerkelijke superieuren overgeplaatst. Een tamelijk ongegronde gedachte natuurlijk, die hij evenwel niet uit zijn hoofd kon zetten.
Pas als hij het van onrust niet meer dacht te kunnen uithouden, ging het tentdoek omhoog en verscheen het ootmoedige gelaat van de geestelijke als een opkomende maan voor de opening.
Père Alosyanus, van Nederlandse afkomst, scheen er veel aan gelegen te zijn hem te mogen bijstaan in het oplossen van zijn familievraagstuk. Deze merkwaardig sjofele pastoor, die een afgesleten boordje van zinkachtig metaal om de nek droeg, scheen geen moeite te veel hem te helpen. Hij had toegezegd een oproep in zijn parochieblad te zullen doen en zelfs het kerkregister ervoor open te stellen.
Overigens bleef Lino bijna de hele dag in zijn tent liggen. Hij had zich een zwaarwegend excuus voor zijn intertie en tegenstrijdige gedachten aangemeten: zou hij zich maar even buiten wagen, dan zou hij zich weldra zo zwak voelen, dat hij niet meer uit zichzelf terug in de tent zou kunnen komen.
In de voetsporen van Frits treden, dacht hij, zich voor de zoveelste maal uitstrekkend op zijn luchtmatras en sigarettenrook de hemel in blazend. – Het is mij verteld en misschien zou ik, om niets onbeproefd te laten, er op een of andere wijze gevolg aan moeten geven. Maar ik mis daar in toenemende mate de energie voor. Kan dit nog zo voortduren?
Place de Samphêtérieur
Toch had hij weer ergens een hele nacht zijn diensten kunnen aanbieden. In een smerige Franse garage had hij, tot zijn verbazing over zijn conditie, urenlang met emmers water gesleept. Nu, in de vroege ochtend, was hij vrij, liep hij buiten. Al kon hij nog slechts met grote moeite rechtop staan.
Er lag een dikke grauwe wolkendeken tegen de onderkant van de hemel, maar regenen deed het niet. De straat die hij uitliep heette Rue de St. Clovis, en was droog als grijs karton. De straat maakte halverwege een flauwe bocht en liep dan uit op een plein, Place de Samphêtérieur volgens een blauw bordje. Waar een kermis bleek te zijn, die ondanks het vroege uur reeds in vol bedrijf was.
Maar nu Lino al zo lang niet meer in Parijs was geweest, bemerkte hij bij zichzelf een heftige vrees voor onverwachte en nieuwe confrontaties. – Het was een oude waakzaamheid, die echter door zijn terugkomst in de wereldstad nogal verhevigd werd. – Ik moet me in ieder geval voorbereiden op iedere ontmoeting met Frits, dacht hij. Maar evengoed (voorzichtig) door blijven zoeken. En zoals oom dokter in Nederland heeft bevolen: blijven nadenken, handelen en voortdurend keuzes maken. Al weet ik niet precies welke keuze of handeling ik zou moeten maken, respectievelijk zou moeten verrichten.
Uit voorzorg waagde hij zich alvast niet midden op de weg. Want: "àls er wat gebeurt en het gáát mis, dan ben ik verloren."
De kermis was zonder één kleur, zwart, grijs en wit. Er was ook niemand bij te zien. Niet op straat en niet in de attracties.
Toch begon langzamerhand een opgelucht gevoel zijn ongerustheid te overvleugelen. Er gebeurde niets angstwekkends. – Het is niet zoals ik vreesde, stelde hij vast. "Het is slechts een kermis zoals overal. Alleen wit-met-zwart en zonder publiek."
En nadat hij nogmaals probleemloos om het hele terrein was heengelopen, concludeerde hij: "Ik heb mij ongeveer voor niets weer ongerust gemaakt. Er is niemand. Dit is een ongevaarlijk Frans plein en niets meer."
Maar tenslotte ook: "Hoe heb ik ooit kunnen denken dat het speuren naar Frits\' verblijfplaats onder deze omstandigheden ook maar tot het geringste resultaat zou kunnen leiden."
Tipje van de sluier
Naderend geldgebrek dwong hem zijn strategie van willekeurigheid en dagelijks toeval enigermate aan te passen. Het kwam het hem als effectiever voor, indien hij voortaan slechts plaatsen frequenteerde waar men hem, al was het tijdelijk, betaalde arbeid zou kunnen aanbieden. Of hem tenminste een kleine tip daarover zou willen geven. Dan wel bereid zijn hem op z\'n minst daarover te woord te staan. Desnoods slechts een voorlopige afspraak met hem te maken. Dat zou de kans op een ontmoeting met zijn broer, indachtig diens eveneens professionele hoedanigheid, in zulk een omgeving aanzienlijk kunnen vergroten, meende hij.
Het was echter niet gemakkelijk om als étranger in den vreemde daartoe de meest geschikte gelegenheden te kiezen.
In het rokerige huiscafé Météore, in de Rue St. Bernard bijvoorbeeld bleken zich welgeteld maar vier bezoekers op te houden: een clown in een geel-rood pak, een sjofele oude man vergezeld van een hond met zonnebril en geruite pet, een dikke vrouw in avondtoilet en een Formule 1-coureur in overall. Veel meer klanten zouden er ook niet bij hebben gekund, want de gelagkamer was zó smal dat hij eerder op een huisgàng dan een huiskámer geleek.
De baas die in een nevel van verschaalde sigarettenwalm en gemorst bier de tap droog hield, had het dan ook niet druk met de bediening van zijn welhaast verstorven klandizie.
Geen der aanwezigen wist ook waar een baantje voor Lino te vinden zou zijn, de bezoekers niet en de baas niet. Niemand had zelfs maar ooit van het vergeven van baantjes aan buitenlanders vernomen. – Lino liet zich tenslotte van zijn laatste geld een sandwich met goedkope camembert aanreiken en speurde, het gortdroge brood in zijn mond proppend, naar zijn laatste kansen, door zo vaak mogelijk een gesprek aan te knopen. Alleen de chasseur in rood uniform, die te half elf uit het voorwereldlijke ijzeren liftje de gelagkamer kwam binnengekropen, kon Lino\'s gebrekkige Frans echter geheel begrijpen. Hij was dan ook zèlf een Hollander.
De chasseur meende nu dat Lino precies leek op een man die hij ontmoet had in dit land, op vakantie twee maanden terug. – Inderdaad, zei hij na enig voorhoofdfronsen, "Frits" had die persoon geheten. Maar niet te Parijs had dat plaatsgevonden, maar in Versailles, waar deze Frits als employé van een buitenlandse reisorganisatie werkzaam was. Hij, de chasseur, had over dit treffen nog een stukje geschreven in een bekend magazine, dat moest Lino beslist eens lezen.
Maar nadat hij hem dit ten overstaan van de andere bezoekers had medegedeeld, knipoogde hij leep. – Alsof hij heel goed wist dat men hem meestal wat al te serieus nam, en hij beslist niet wilde nalaten Lino op deze voorwaardelijkheid attent te maken.
De god van de tabakswalm
Lino, doodmoe van het zoeken, kon, eindelijk aangeland in de directeurskamer op de bovenste verdieping van de wolkenkrabber waar het hoofdkantoor van het gidsbedrijf van zijn broer gevestigd was, op het moment suprême geen woord uitbrengen. In de gangen had hij nog kunnen veinzen de bordjes ENTRÉE INTERDITE niet te hebben begrepen. Maar nu hij in de half ronde kamer stond, werd hij zo geïmponeerd door de peperdure inrichting, dat hij zich nauwelijks realiseerde waar hij was. Achter het bureau-ministre troonde de zware president-directeur, een dikke Havanna in de mondhoek, als een tegen alle weerspraak bestendige god van de tabakswalm.
Een god die zijn wenkbrauwen steeds hoger optrok toen Lino als in een droom naderbij schreed.
Maar voor hij de directeur de vraag had kunnen stellen over zijn geliefde broer, schoten er al twee bedienden uit onzichtbare hoeken toe, die hem met enige drang de gang weer op werkten.
Hoe zacht glanzend was binnen alles geweest, bedacht hij toen hij terug was in het gangenlabyrint. Zelfs de enorme kluis van mosgroen titanium verspreidde een air van achteloze voornaamheid. En achter het bureau van de corpulente president-directeur was de welving van een hoge glazen wand, met daarachter prominent zichtbaar de talrijke wijzerplaten van alle kerktorens der wereldstad.
Nog niet geheel bekomen van deze verpletterende nabeelden, was hij als in een droom weer met de lift afgedaald. Had hij de liftzaal verlaten en was hij de hal overgestoken, waarin père Alosyanus hem met vragende blik tegemoet trad.
"Alweer niets," verzuchtte Lino, "alles weer tevergeefs, nutteloos en overbodig. Gelooft u me, ik kan mijn pogingen hem in Parijs te vinden maar beter opgeven."
"Houd moed, mijn zoon," zei de pater op de zalvende en ietwat ridicule toon zijn roeping eigen. "Eéns, ééns komt de tijd dat je hem weer zult ontmoeten! – En," voegde hij eraantoe: "als mijn voorgevoel mij niet bedriegt, zal die heuglijke dag thans niet zo heel ver meer zijn."
Maar het was duidelijk dat hij dat zei om Lino moed in te spreken; want over de toekomst kon de geestelijke immers even weinig weten als iedereen. Intussen stonden ze alweer buiten in de fletse zon, op de Boulevard Lipmann. Waar het verkeer hen werkelijk grandioos onoverzichtelijk voorbijraasde.
DRIE
Een gids als Frits
Reeds werd het licht en nog liep de gids Frits met zijn groep te dwalen in de wereldstad. Niemand van de reizigers wist hoe lang ze al hadden rondgezworven. In de nachtelijke uren waren zij afstotelijke pleinen van asfalt overgestoken. En bij lantaarns met ondefinieerbaar toneellicht hadden ze langs de stoepen onnederlandse vuilnisvaten en brandkranen opgemerkt. Geen ander mens hadden ze de hele nacht ontmoet.
Na verloop van tijd werden de pleinen opgevolgd door enorme kruispunten van beton, verlicht door hoge schijnwerpers. Nog steeds was alles zonder verkeer, ja zonder enig leven in de omtrek.
Het gezelschap rustte uit op een trottoir van vijftig meter breed, van onmenselijk grote tegels aangelegd.
Gevoelens van heimwee naar zijn geboorteland, die hem voorheen nog parten zouden hebben gespeeld, belaagden Frits niet meer. Het leek of hij dat in zijn nieuwe vaderland definitief had overwonnen. Hij drentelde wat rond tussen zijn gasten.
"Blijf opletten als jullie voor het eerst in Parijs bent," leraarde hij tegen twee oude mensen, man en vrouw die op de stenen zaten. "Het is niet makkelijk om de goede route kiezen, juist omdat ze van alles aan het veranderen zijn. Maar we komen beslist waar we wezen moeten."
"Ik zie nergens huizen,"zei de vrouw die frappant op zijn moeder leek. "Dat is juist," antwoordde hij bewust wat achteloos. "Het is alles wellicht anders dan jullie had verwacht. Normale straten bijvoorbeeld komen hier niet voor. Maar blijf vertrouwen hebben in de goede afloop."
(Wordt vervolgd met nog twee afleveringen).
Log in om uw stem te geven aan deze inzending.
Reacties:
- Henk Gruys - 31/08/11 14:54Er zit helaas een fout in dit programma. Daardoor wordt de apostrof \' in de tekst steeds ten onrechte voorafgegaan door een slash-teken
Ik zou ook niet weten wat daaraan te doen. Wie weet er iets? H.G. - Fred de Koning - 25/09/11 18:17Ik weet het wel: stuur je tekst in HTML-code in. Een aanhalingsteken (\") wordt weergegeven als je " gebruikt. De code voor apostrophe weet ik niet zo gauw uit het hoofd. Maar mijn laatste 2 inzendingen heb ik eerst ook moeten zien zonder alinea-indeling en met backslashes voor sommige tekens.
- Fred de Koning - 25/09/11 18:19Maar inderdaad: deze site herbergt wel méér fouten. Probeer maar eens 2x op een dag een tekst neer te zetten en dan de tweede te corrigeren. Dat lukt niet! In zo\'n geval moet je de tekst helemaal verwijderen en opnieuw insturen.
- Henk Gruys - 25/09/11 21:09
Apostrof
Bedankt Fred, voor je reactie. Helaas weet ik die code voor de apostrof niet. Het aanhalingsteken via de toets werkt trouwens wel, zoals je kunt zien. Het is trouwens een heel werk al die apostrofs iedere keer met "handbediening" te moeten doen.
En dat zou toch eigenlijk niet nodig moeten zijn. Ik heb dit probleem al eens bij de webmaster onder aandacht gebracht, en hem vanmiddag daar nog een keer aan herinnerd. Ik hoop dat ze daar eens reageren. Met groet, Henk - Fred de Koning - 25/09/11 21:29Ik zet de tekst gewoon in Kladblok en gebruik dan CTRL-H om elke keer de genoemde tekens om te zetten (het rare is, dat in mijn stukje de apostrophes er goed door kwamen maar de aanhalingstekens niet!)
Login
Paswoord vergeten?
Login
Nu online:
19 gasten / 0 gebruikers
19 gasten / 0 gebruikers
Jarigen
Jarigen
- Geen jarigen vandaag
Laatste posts
Laatste posts
- In.. wil melker
- Onder.. wil melker
- In dwalen en.. wil melker
- Een gracieuze.. wil melker
- Haar donker.. wil melker
- Nog onbekende.. wil melker
- In zand en.. wil melker
Laatste reacties
Laatste reacties
- Hans.... wil melker
- Hoi Wil ik.. Hans van der Vlugt
- Hans.... wil melker
- Hallo wil,.. Hans van der Vlugt
- De pannekoek.. Philippe
- Operatie Henk Gruys
- Bedankt.. Philippe
- Ik hou het.. Katja Bruning
- Ik heb hier.. Fred de Koning
- Schrijfzolder Henk Gruys
- Ik plaats.. Philippe
- Ik zet de.. Fred de Koning
- Apostrof Henk Gruys
- Maar.. Fred de Koning
- Ik weet het.. Fred de Koning
- Ik kwam op.. Henk Gruys
- .. Philippe
- Wat is.. Philippe
- Er zit helaas.. Henk Gruys
- Dag Hans,.. Philippe