Een verhaal van warket

Vorige: sauvignon Volgende: zoem
bij

De inkt is mijn bloed, zei een begeestigd schrijver. Als ik schrijf voel ik mijn hartslag langs mijn vingers op mijn pen overslaan, vervolgde hij. Mijn zinnen zijn mijn hartslag. Ik kan hem begrijpen.
Vanmorgen ben ik om kwart na vijf opgestaan. Ik was vroeg slapen gegaan.
Eerst las ik andermans gedichten waarvan een gedicht me zo bekoorde  dat ik meteen begreep dat de dichter met zestien zinnen iets schreef waaraan ik zestien bladzijden schrijfsel zou besteden. Zelfs daarmee zou ik haar uitdrukking niet eens evenaren. Ik zal het gedicht herlezen bij zonsopgang.
Wanneer het klaar wordt is de hemel witdicht.
Ook zij komt vroeg beneden. Eerst rond zeven uur om een plasje te  doen. Daarna sluipt ze terug naar boven. Een uur later is ze definitief bij mij.
Er zit een bij op mijn hand. Als ze vliegt voel ik de zucht van haar vleugelslag. Verdwaald uit de zomer rusten we beiden uit. Ik zal deze winter overleven. Zij niet. Ook niet in dit huis. Ze weet het niet eens. Het voorspelbare weten behoort niet tot haar overlevingsdrang. Ze rouwt niet. Ze steekt me niet. Daar is geen reden voor.
’s Avonds…deze dag is goed geweest. Ik kijk naar het houtsvuur, naar de grens van dansend blauwrode vlammen die puntig in het niets verdwijnen. Het vuur heeft de ganse dag gebrand. Het huis blijft warm. Buiten waait koude natte wind. De hond zucht en snurkt verder. Alle lichten branden binnenshuis.
Soms loop ik in het huis nadenkend heen en weer over de stenen vloer met voetstappen over onpare tegels. Met tussenpozen ga ik buiten in de regen staan.


Rust uit. Het vuur knettert weer. Dop de inkt van de pen en klap deze bladzijde dicht.
Nog even een klein moment.
Wat dan?
Iets onbeschrijfelijks beschrijven. Geef me nog wat tijd. Dan stop ik   er mee.


Log in om uw stem te geven aan deze inzending.

Reacties:

  • Er zijn nog geen reacties