Een verhaal van warket

Vorige: vogel Volgende: de laatste zonsopgang
duivelshaar
 

Niets is ooit een laatste keer
ze pitste een duivelshaartje weg
terwijl ze met haar ogen vertelde over onzekerheden
hij kon ook de waarheid niet weten
en vertelde iets over ouderdom
ze gingen in een vervallen kerk
waar iemand zich nog de communiebank herinnerde, geknield
naast drie verbruinde bloedvlekken op het arduinen plaveisel
als een niet loslatende droom
voor de eerste keer zag ze het interieur van een klokkentoren
ze liepen over de gewelven
en op de wenteltrap vroeg hij om de spinnenwebben te laten
en niets aan te raken...
...het heeft iets devotisch, zo'n verkommerde kerk vol duiven. Hun gekir reikt tot in de gewelven. Hier hoor je het geluid van een zangerige vlucht. Ze broeden en sterven er. Hun karkassen liggen in eigen mest op wat overblijft van de marmeren vloer. Aan de onderste ornamenten van de zuilen kan je zien dat er nog een dieper gelegen middeleeuwse vloer moet zijn. Hij is vanmorgen door de mist hier naartoe gefietst. Het breekt de chaos in zijn kop. Deze plaats is zoals een reis, een droom. Op het middaguur heeft hij vislever gekocht. Het smaakt zacht naar de zee. Nu gaat hij voor een stoffig altaar bidden. Niet omdat het Pasen is, maar zomaar omdat hij er zin in heeft. Kniel voor dit vervallen altaar en bid in het duivengekir. Zijn gebed is  tot zichzelf gericht. Hij smeekt dat hij zijn leven zal beteren, meer geven dan nemen....nog een laatste blik, de heiligen lijken tot leven te komen. Hij vertrekt en buiten schijnt de zon, bruist het leven. Mensen lopen hand in hand. Het zal een zekere gewoonte zijn. Een kind knijpt in achteloze hand van vader. Voor beiden straalt de zon.
’s Anderendaags heeft hij de inkompoort in het portaal ontgrendeld en open laten staan. Hij klom met een zaklamp naar de klokkentoren. Terug beneden zag hij het silhouet van een vrouw in de deuropening met haar rug naar hem gekeerd. Ze staart naar buiten in het stadsgebeuren. Ze wacht op iemand.
Hij bleef op tien voetstappen staan om haar postuur in zich op te nemen. Onbeweeglijk stond ze daar als een schaduw zonder uitgerekte contouren.
Hij dacht nog: ik mag haar niet laten schrikken door geruisloos uit het donker dicht bij haar te komen, tot ze zich plots omdraaide en haar handen in een kreet van verschrikking rond haar borsten sloeg.
Sorry, ik wou je niet laten schrikken.
Geeft niet. Ben jij van hier?
Ja, overdag behoor ik aan de stad. De merels beginnen te fluiten, de winter is zo voorbij. Zullen we dansen?
Net op tijd flapte hij die gedachte er niet uit en zegt hij: had jij mij vorige week gebeld?
Neen, dat was mijn collega. Die komt zo.
Wat gaan jullie hier precies doen?
We maken een inventaris van wat hierbinnen overgebleven is na al die jaren.
Alhoewel ze perfect Nederlands praat verraadt haar accent haar Franstalige afkomst. Het klinkt aristocratisch. Ze moet zo rond de veertig zijn. Hij vermoedt dat ze een leidende functie heeft. Niet dat ze daarover iets zei, maar dat zag je meteen aan de blik, de manier van voortbewegen, die vriendelijke gedistianceerdheid en gebrek aan tijd die leiders zo herkenbaar maakt. Er verschijnt een glimlach in haar ogen. Ik heb het koud, zegt ze.
Aan het andere eind van de kruisbeuk had hij de deur ook open laten staan. Dat maakte tocht. Hij zal die deur sluiten.
Ik kan hier niet blijven, zegt hij terwijl hij haar zijn telefoonnummer geeft. Bel me als jullie gedaan hebben. Dan kom ik nog even langs.
Hij had nog graag gebleven en haar rondgeleide gedaan in deze immense ruimten. Hij wou haar de plaatsen tonen waar het licht een voortdurende strijd aangaat met het duister, waar verlaten stoffige spinnenwebben  al jaren in tochtkieren bewegen, het mysterie van leegstand ophelderen maar daarvoor zou ze een toverspreuk moeten doen die hem van kikker in een prins zou veranderen. Dat deed ze niet.
Ze belde hem net voor het middaguur. Hij kwam later. Ze hebben mekaar niet meer terug gezien.
Dagenlang heeft de stem in gedachten geklonken, is de onuitgerekte schaduw op het netvlies gebleven, zijn de ogen nog altijd niet verdwenen, is alles opgeborgen als een pakje sneeuw in een bevroren landschap tot alles smelt.
Nothing fails....ik heb nog niet alles verteld... eerst een schaduw op rapen...

Log in om uw stem te geven aan deze inzending.

Reacties:

  • Er zijn nog geen reacties