Een verhaal van warket
Vorige: ongetiteld
Volgende: kaasraklet
Een verhaal van warket
kastanjes
Ze fietsen sneller dan ik. Ze lopen sneller de trappen op en af en nog van alles wat ze doen. Zelfs de tijd doet het sneller dan voordien. Zo sta ik ‘s avonds als een nietsnut nog koppig te fluisteren tegen mezelf: het gaat zo vluchtig snel. Waarom groeit (alles) naar boven en niet naar onder, waarom wordt (alles) groter en verkleint het niet van bij de geboorte. Zou het iets te maken hebben met de wil om zwaartekracht te overwinnen? Wat voelt een zwaluw die naar Afrika vliegt?
Weet ik wel dat dit geschrevene gelezen wordt. Ben ik op een stoel gezeten, sprakeloos, zwijgend, dan sprekend in ongelezen stilte verzwijgend.
Weet ik wel als lippen sprakeloos worden en de gedachte niet uitgesproken wordt.
Vooraleer ik binnen ga kijk ik naar de sterrenhemel. In al die tijd is daarboven niets veranderd. Het is een geruststelling, een houvast.
Ik herinner me dat ik met mijn broer achter onze ouders liep als we ‘s avonds na een familiefeest terug naar huis gingen. We keken naar de sterren in een gitzwarte hemel en probeerden ze allemaal te tellen. Af en toe bleef mijn vader staan en wees hij naar de grote en de kleine beer. Dan liep hij weer verder langs het voetpad naast de kasseiweg met moeder, zij aan zij.
Bij elke lantaarnpaal zagen we hoe onze schaduw in het oranje lichtschijnsel bewoog, terugkeerde en opnieuw verdween. Mijn broer en ik keken er zwijgzaam naar en we vroegen ons af vanwaar die schaduw kwam.
Nu ik opnieuw in die sterrenhemel kijk denk ik aan de wandelingen in het bos, hoe onze kinderen schaterlachend wild langs elkaar liepen dicht bijeen. Ik kan die kinderhand nog zo in mijn handpalm voelen.
Aan de zeven sterren bleven we staan. Daar liggen drie gebroken stenen die in elkaar passen en een ronde schijf vormen van drie meter op veertig centimeter. Men zegt dat een boer die grote brokstukken tijdens het ploegen van zijn veld gevonden heeft. Ze hebben ze met de ossenkar naar deze plaats gebracht. Het zouden restanten van een meteoor zijn maar het kon evengoed een altaar geweest zijn. Ik zie opnieuw hoe zij die stenen beklommen, kraaiend een kreet slaakten van: ik sta op de top . Ik heb hen verteld: dat is een stukje van een ster.
We gingen verder, bleven staan, gingen verder, bleven staan in een zonnestraal. Er lagen kastanjes op de weg. Gek dat niemand die wou.
Log in om uw stem te geven aan deze inzending.
Reacties:
- Er zijn nog geen reacties
Login
Paswoord vergeten?
Login
Nu online:
7 gasten / 0 gebruikers
7 gasten / 0 gebruikers
Jarigen
Jarigen
- Geen jarigen vandaag
Laatste posts
Laatste posts
- Een.. wil melker
- De lach van.. wil melker
- Geurt naar.. wil melker
- De kop die.. wil melker
- en de rust Hans van der Vlugt
- In hypnotiseren wil melker
- Voor gods.. wil melker
Laatste reacties
Laatste reacties
- Hans.... wil melker
- Hoi Wil ik.. Hans van der Vlugt
- Hans.... wil melker
- Hallo wil,.. Hans van der Vlugt
- De pannekoek.. Philippe
- Operatie Henk Gruys
- Bedankt.. Philippe
- Ik hou het.. Katja Bruning
- Ik heb hier.. Fred de Koning
- Schrijfzolder Henk Gruys
- Ik plaats.. Philippe
- Ik zet de.. Fred de Koning
- Apostrof Henk Gruys
- Maar.. Fred de Koning
- Ik weet het.. Fred de Koning
- Ik kwam op.. Henk Gruys
- .. Philippe
- Wat is.. Philippe
- Er zit helaas.. Henk Gruys
- Dag Hans,.. Philippe