Een verhaal van Marko Keyzer
Vorige: Jeugdherinneringen.
Volgende: Een bijna-ontmoeting
Zwaarden kletteren vermoeid in de hete lucht. Het lijkt wel of de vonken die eraf ketsen het dorre gras zullen doen ontvlammen, zodat de hele woestenij uit niets anders meer zal bestaan dan uit blote zavel en afgevreten stukken beton. Alleen de rossige korsten mos die de spleten scheuren zullen door de vlammen niet worden verkoold. Vanop mijn uitkijkpost overschouw ik het strijdgewoel. De Moren nemen de burcht niet in. Het vuur drijft hen uiteen, omsingelt hen. Hun paarden stampen en slaan als ze de geur opsnuiven. De vlammen knetteren. Enige tijd nadien hangt alleen nog de stank van verbrand vlees in de zwoele hitte.
Het is een woest terrein, opgespoten uit het kanaal dat er veel te rustig langsheen ligt. Tussen en onder de dijken hebben de Duitsers tijdens de laatste wereldoorlog zware bunkers ingegraven. Ze liggen er zowat nog onbeschadigd bij, hoewel er hier en daar een vliegtuigbom is ingeslagen (roemloze getuigen van een tikfout in de schepping).
Plots zijn het geen zwaarden en lansen meer die vernieling zaaien. Vanaf de andere kanaaloever ratelen machinegeweren. Takketakketakketak. Daartussen vlammen mortieren met een kurkdroge regelmaat. De inslagen ploffen het stof hoog op. De scherven huilen door de broeierige lucht. Een mitrailleur trekt een dodelijk spoor over het terrein. Doeckedoeckedoeckedoeck. Kleine stofwolkjes springen omhoog. De lijken schokken lichtjes op telkens ze nogmaals getroffen worden. Dan liggen ze weer roerloos, nog doder dan ervoor. In de boomstronk waarachter ik me heb laten vallen slaan de kogels in: dof en droog, onverwacht. Mijn hoofd bonkt. Mijn ogen zitten vol stof. Iedere hartslag beukt ongenadig in mijn hersenen. Ze moeten ophouden. Ze moeten ermee stoppen. Als ze blijven doorgaan gooi ik me in de vuurlijn. Dan houdt dit alles op, ineens.
De zon kleeft reeds aan een van de luchtkokers van de verste bunker. Het moet al laat zijn. Boven mij kwettert een leeuwerik. Ik rol me op mijn rug. De bomen ruisen roerloos. Het afvalwater van de raffinaderij duikelt borrelend in het kanaal. Het doet me even de zwoele vochtigheid vergeten die mijn hemd tegen mijn huid plakt. Mijn bovenarmen doen pijn. Ze gloeien. Ook mijn nek heeft teveel van de zon gehad. Als ik traag overeind kom om op de kerktoren te kijken hoe laat het is, zie ik hem staan. Zijn bleke broek en witte hemd steken fel af tegen het grijsgrauwe gebinte van de brug. Plots zakt de dag loodzwaar in mekaar. Angst. Misschien komt het alleen door de zon die vanachter de bunkers onnatuurlijk lange schaduwen steekt. Ik zit als versteend, de handen achter me op de grond.
Het is nog niet zeker dat hij op de bunkers afkomt. Zijn ellebogen steunen op de leuning van de brug. Hij kijkt uit over het water. Misschien stapt hij straks de andere kant op, keert hij terug naar het dorp, naar die houten barak waar hij woont. Gehurkt achter de struiken sla ik hem gade. Het zweet parelt over mijn gezicht. Mijn voet doet pijn van het moeilijke zitten, maar ik durf amper te bewegen. Langzaam komt hij recht en kijkt mijn richting uit. Hij neemt zijn witte pet af. De groene micka zonneklep is duidelijk zichtbaar. Met zijn mouw veegt hij even het zweet van zijn kale schedel. Dan stapt hij langzaam het terrein op. Het dorre gras knerst onder zijn voeten. Ik zit in de val. Net op de plaats waar ik boven op de dijk ineengedoken zit begint ook hij naar boven te klimmen. Ik zie zijn mopsneus tussen die vlezige roze wangen, zijn dubbele kin, zijn dikke lichaam dat zich zuchtend maar toch lenig naar boven wurmt… (De ontdekkingsreiziger uit Afrika, een toneelstuk voor stoute kinderen).
Plots word ik me weer van de werkelijkheid bewust. Als hij zijn hoofd achterover kantelt staar ik recht in zijn grijze ogen: een koude rilling ritst over mijn rug, mierentieten tot gevolg. Even lichten zijn ogen verbaasd op. Dan trekt zijn dikke gezicht zich tot een grijns. Ik ritsel weg als een konijn. Langs de andere kant vlieg ik de dijk af en stort me in het donkere hol van de bunker. Ik weet dat er een tweede uitgang is, niet veraf van de plaats waar hij naar boven klom. Ik moet die bereiken vóór hem. De bunker is verdeeld in verschillende compartimenten, zodat ik enkele omwegen moet maken. In mijn haastige paniek neem ik ook een verkeerde afslag. Tegen de betonmuur duw ik me terug af en storm seconden later uit het donker te voorschijn. Doornen haken in mijn kleren en klauwen in mijn armen. Ik voel ze niet. Als bezeten spring ik over betonblokken, door netels en distels. Zonder omkijken kies ik de kortste weg naar de uitgang: rechtdoor, doorheen en over halfvergane prikkeldraad. Ettelijke keren kijk ik achterom. Pas als ik halfweg de Paddenwegel ben durf ik vertragen. Mijn benen gloeien. Aan mijn armen kleeft bloed. Mijn hart bonkt als een overladen stoomtrein op volle snelheid. Hij is me niet gevolgd. Verderop ontwaar ik reeds de grijze eternieten leien op ons huis.
Ons huis. Daar heeft ouwe Selle me jaren terug voor de Congolees gewaarschuwd. Selle kwam dikwijls bij ons een kaartje leggen. Eens vertelde hij over hem. Dat hij dikwijls 's avonds langs de straten liep en aan de deuren ging luisteren. Als hij kinderen hoorde die stout waren nam hij ze mee naar zijn barak. Sommige zag niemand ooit weer. Selle zei dat hij die dingen geleerd had in de Congo, bij de menseneters. Sindsdien had ik de Congolees altijd ontweken. Eens had ik zo de hele weg van school naar huis gelopen, omdat ik zijn bleke tropenpak de straat had zien indraaien. Moeder zei toen dat ik wel gek moest zijn. Ik dacht dat ze dat niet meende toen, dat ze 't alleen maar zei omdat niemand ongestraft de Congolees kon betichten. Nu was ik aan de dood ontsnapt. Vooraleer over het hek te klimmen keek ik nog een laatste maal achterom over de wegel. De Congolees was nergens te bespeuren.
@marko keyzer, feb 1970 & mt 1972
Reacties:
- Er zijn nog geen reacties
Login
Paswoord vergeten?
6 gasten / 0 gebruikers
Jarigen
- Geen jarigen vandaag
Laatste posts
- Bevlogen door.. wil melker
- Met eigen.. wil melker
- De chaos in.. wil melker
- De tijd in.. wil melker
- Uit de verte.. wil melker
- Het huis gaf.. wil melker
- Als ik jou.. wil melker
Laatste reacties
- ??? Fred de Koning
- deze is echt.. Roosje
- dit vind ik.. Roosje
- Dick Fred de Koning
- Roman Fred de Koning
- aan allen.. Docters van Leeuwen
- Fred Roman Forbeville
- moonie Roman Forbeville
- lieverd, wat.. moonie
- Toch bedankt.. engelke
- Bij mij dus.. engelke
- Bij mij komen.. Fred de Koning
- dus zo: Fred de Koning
- tags Fred de Koning
- lay-out.. engelke
- hoe leeg het.. engelke
- Zeer mooie.. Claude Aendenboom
- update Fred de Koning
- Fred Docters van Leeuwen
- Dick Fred de Koning