Een proza van Michelly

Vorige: alles of niets? Volgende: Familieverhoudingen
Het zal je maar gebeuren!
Door de aard van zijn werk, was mijn pa voortdurend buiten, in regen en wind, in koude en zonneschijn. Hij was een erg donker type met zwarte haren, donkere ogen en zware, zwarte wenkbrouwen. Dat gaf hem een erg streng uitzicht. Hij had bovendien een huid, die gemakkelijk bruinde. Het kaki van zijn uniform versterkte die strenge aanblik dan nog. Meestal hoefde hij helemaal niets te zeggen, maar alleen de mensen eens zijdelings aan te kijken, en ze voelden zich al niet meer op hun gemak. Dat was zeker het geval als ze iets te verbergen hadden.
 Hij vond het absoluut "not done" dat mijn ma met het veer de grens overstak, als hij dienst had. Mensen denken dan, dat jij smokkelt, als ik daar sta, zegde hij, en ik heb totaal niets meer te zeggen. Mijn moeder hield zich dan ook braaf aan de orders. Zij had familie in Nederland en bezocht die af en toe per fiets.  Zij zorgde dat zij steeds tijdig terug was, voordat mijn pa aan de grens stond. Op een dag liep het echter fout. Het bezoek was uitgelopen en ze kwam terug met de veerboot toen mijn pa al aan de Maas stond. Met haar stonden op het veer nog enkele vrouwen , die boter gekocht hadden en die wilden wegstoppen onder hun kleren. Om "Jo de veerman" niet al teveel inkijk te geven, vroegen ze aan mij ma of ze even voor hen wou gaan staan. Die deed dat zonder commentaar. Plots zegde één van de dames: Als die kwaaie zwarte daar maar niet staat, want dat is een lelijkerd! Niet dat hij al ooit iets gezegd, heeft, maar de manier waarop hij kijkt!!!
Mijn ma gaf geen antwoord, waarop de vrouw vroeg: Vind jij dat dan niet?
Och neen, zegde mijn ma, ik heb daar nog nooit iets van gemerkt. Het is namelijk mijn man.
De arme vrouw wist niet, hoe ze zich moest verontschuldigen en ik denk dat ze zich graag in lucht had opgelost! Mijn ma vond dat allemaal behoorlijk grappig.

Het buitenleven mag dan al erg romantisch lijken, dat was het zeker niet altijd! Daar in die tijd echt nog smokkelroutes waren, had mijn pa ook regelmatig nachtdienst en dat was altijd velddienst. In de winter, met laarzen aan en een zware, dikke lange jas, trokken ze het veld in langs de Maas. Om zich nog beter tegen de koude te beschermen, stopten ze krantenpapier of bruin inpakpapier onder hun jas op de borst. Dat hield de snijdende wind weer een beetje beter tegen.
Op een nacht had pa met een collega  velddienst.
Ze liepen met hun fiets aan de hand langs de boord van de Maas. Plots zagen ze op enige afstand een donker gevaarte staan, dat bij nader inzicht een auto bleek te zijn. Ze naderden voorzichtig het vehikel en dachten dat ze hier te maken hadden met smokkelaars. Groot was echter hun verbazing toen ze tot op enkele passen genaderd waren. De ruiten van de auto waren ietwat beslagen en een van de vensters van de achterdeur was een stukje naar beneden gedraaid.
Binnen in de auto was het één en al leven! Twee vrijers waren volop in actie en hoorden of zagen iets van de wereld rondom hen. De man die bovenop lag had zijn blote billen naar het venster gericht. Pa en zijn collega keken elkaar aan, en zonder woorden begrepen ze elkaar. Eén van hen stak zijn hand door het venster en klopte de man op zijn billen met de woorden: Gaat het jongen!!!
Dat die jongen bijna een hartinfarct kreeg en prompt platviel hoeft verder zeker geen betoog. Ik denk dat die beiden het record aankleden toen verbeterd hebben en daarna gingen ze er in een razende vaart vandoor.
Velddienst was niet altijd alleen maar kommer en kwel!
Log in om uw stem te geven aan deze inzending.

Reacties:

  • Er zijn nog geen reacties