Een proza van warket

Vorige: Nederland-Marokko 1-1 Volgende: de drie minuten van Bukowski
zwerfvuil

Op een bank eet een bejaarde vrouw friet. Ach ja, bejaard ben ik ook niet ver vandaan. Het tikken van de timmerman galmt door de winkelstraat en ook de hoge hakken van chique dames in gezoem van optrekkende scooters.  De betonmolen maakt lawaai en snerpend slijpschijfgeluid van de man die straatstenen maait. Ik kijk naar de benen van een mooie vrouw. Een kind kraait iets onverstaanbaars in de lucht. Aan het einde van de laan  pieken torens kitsch-kitsch-kitsch met geleerdenbeelden in mijn zicht. Iemand schreeuwt tegen mij omdat ik haar geen voorrang verleen aan het zebrapad. Stom van mij, die onoplettendheid. Waar gaan al die mensen naartoe?

Ik ga zitten op een bank en kijk hoe iedereen zich verplaatst. Zie de stadsduiven zonder hoogtevrees. Als ze tippelen sjokken ze met hun kop. Mijn bank is nat. Niemand komt erop.

Vanuit een bruin café kijk ik door het venster naar een jonge vrouw die terrastafels buiten zet. Als ze zich buigt zie ik de welvingen van haar rug naar haar dijen gaan. Schoon is dat. Het beest in mij is nog niet verdwenen. Is die kortgekleedheid nonchalance of doen ze het met opzet vraag ik me af. Een man speelt scrabbel aan de toog met lauwe thee.

Ik ga verder en bij de volgende stop aan mijn vertrouwde bank kijk ik naar de verdroogde modder op mijn fiets. De bank is nu nog bemost…deze waar ik sliep…met zielsgenoten. Die wordt opnieuw zomer.

Het is bewolkt vandaag. Toch noopt het licht mij een zonnebril aan te doen, kraait het licht. Later scharrelen kraaien restanten uit een gemaaid maïsveld. Op de terugweg beukt de wind in men ogen. Het lijkt of de zon gaat schijnen, maar nee, het motregent nu. Toch zwermen muggen in een zwak tegenlicht. Hoe houden ze hun vleugels droog? Als ik thuis kom kus ik haar hals.

 

Log in om uw stem te geven aan deze inzending.

Reacties:

  • Er zijn nog geen reacties