Een proza van warket
Vorige: Blanke zieltjes
Volgende: maandag 6 oktober 2008
In de werfkeet kwamen we de projectleider en de zaakvoerder tegen. Verdiept in bouwplannen gedroegen ze zich wantrouwig over onze aanwezigheid.
Plots wendde de zaakvoerder zich tot mij en zei op een toon die ik herkende :
“Ofwel ga je opnieuw voor mij werken ofwel verlaat je deze werf”.
Ik voelde opnieuw de hel in die laatste jaren toen ik voor hem in dienst was geweest en bedankte voor het aanbod waarna we verder gingen.
In de vooravond als iedereen weg was kwamen we terug. We hadden een slaapplaats nodig. Het hek hadden ze vergeten dicht te doen en de deur van de werfkeet stond open. Net toen we bijna sliepen knetterden blauwe vlammen uit de stopcontacten. Hals overkop vluchtten we in het donker langs de bouwputten naar de uitgang. Die was nu gesloten. Plots begonnen motoren te ronken en kwamen de graafmachines in beweging. De nachtploeg ging aan het werk. Zonder dat iemand het zag konden we over het hekken klauteren en verdwijnen in het veld. Daar stelde ik vast dat ik mijn boekentas in de werfkeet vergeten was. Ik liet mijn collega’s verder gaan en keerde terug. De projectleider zat me op te wachten. ‘Dat had ik van jou niet verwacht’ zei hij. ‘Kom je dan toch terug bij ons werken?’
‘Ik heb hier vannacht geslapen en vergat mijn boekentas mee te nemen’ bekende ik.
10h21: storm en regen buiten. De houtkachel smeulde nog vanmorgen. Ze was nog warm. De zoon had er op het einde van de nacht bij zijn thuiskomst een houtklomp ingelegd.
Normaal zou ik naar de oudste zoon gaan om het plafond te plamuren maar we hebben problemen met het opstarten van de verwarmingsketel, de nieuwe spoelbak van de wc moet geplaatst worden en het hout ligt om ingekort te worden voor de houtkachel. Ik bel hem dat ik niet kom. Hij lijkt opgeluchter dan ik wanneer ik het hem vertel. Zijbijmij had ook niet veel zin.
Het is moeilijk om aan iets te beginnen als je zin hebt om in de zetel te ploffen en wat te lezen.
Doe dat dan, zegt het duiveltje in mij.
Gun de klus geen uitstel. Eens zal je het toch moeten doen, redeneert de huisvader.
11:05: de verwarmingsketel werkt terug. Vanwege het proefdraaien wordt het binnen tropisch warm. Ik heb zin in een broodje confituur met boter. Zijbijmij dwijlt het hondshaar van de vloer. Daarna gaat ze in het dorp inkopen doen. Vanavond eten we ajuinsoep.
De zoon is opgestaan en ligt in de oude lederen fautuille met zijn knokige voeten voor het vuur. Neuspeuterend staart hij voor zich uit. Ik observeer en ga op zoek naar de herinneringen toen hij nog een kind was. Tenslotte herbeleef ik zijn geboorte.
Reacties:
Login
Paswoord vergeten?
6 gasten / 0 gebruikers
Jarigen
- Geen jarigen vandaag
Laatste posts
- De kop die.. wil melker
- en de rust Hans van der Vlugt
- In hypnotiseren wil melker
- Voor gods.. wil melker
- Tussen ijs en.. wil melker
- vurig Hans van der Vlugt
- Vingers.. wil melker
Laatste reacties
- Hans.... wil melker
- Hoi Wil ik.. Hans van der Vlugt
- Hans.... wil melker
- Hallo wil,.. Hans van der Vlugt
- De pannekoek.. Philippe
- Operatie Henk Gruys
- Bedankt.. Philippe
- Ik hou het.. Katja Bruning
- Ik heb hier.. Fred de Koning
- Schrijfzolder Henk Gruys
- Ik plaats.. Philippe
- Ik zet de.. Fred de Koning
- Apostrof Henk Gruys
- Maar.. Fred de Koning
- Ik weet het.. Fred de Koning
- Ik kwam op.. Henk Gruys
- .. Philippe
- Wat is.. Philippe
- Er zit helaas.. Henk Gruys
- Dag Hans,.. Philippe