Een proza van warket

Vorige: Blanke zieltjes Volgende: maandag 6 oktober 2008
Zondag 5 oktober 2008
 Ik was op stap met collega’s  toen we op een bouwwerf van mijn vroegere werkgever kwamen. De graafmachines draaiden op volle toeren. Er werd geroepen en getierd. Ik zag hoe de kraanman een krat wijn naar boven hees. De werfleider herkende me meteen. Hij vond het vreemd dat ik met collega’s op werfbezoek kwam. Ik vertelde hem dat het puur toeval was.

In de werfkeet kwamen we de projectleider en de zaakvoerder tegen. Verdiept in bouwplannen gedroegen ze zich wantrouwig over onze aanwezigheid.

Plots wendde de zaakvoerder zich tot mij en zei op een toon die ik herkende :

Ofwel ga je opnieuw voor mij werken ofwel verlaat je deze werf”.

Ik voelde opnieuw de hel in die laatste jaren toen ik voor hem in dienst was geweest en bedankte voor het aanbod waarna we verder gingen.

In de vooravond als iedereen weg was kwamen we terug. We hadden een slaapplaats nodig. Het hek hadden ze vergeten dicht te doen en de deur van de werfkeet stond open. Net toen we bijna sliepen knetterden blauwe vlammen uit de stopcontacten. Hals overkop vluchtten we in het donker langs de bouwputten naar de uitgang. Die was nu gesloten. Plots begonnen motoren te ronken en kwamen de graafmachines in beweging. De nachtploeg ging aan het werk. Zonder dat iemand het zag konden we over het hekken klauteren en verdwijnen in het veld. Daar stelde ik vast dat ik mijn boekentas in de werfkeet vergeten was. Ik liet mijn collega’s verder gaan en keerde terug. De projectleider zat me op te wachten. ‘Dat had ik van jou niet verwacht’ zei hij. ‘Kom je dan toch terug bij ons werken?’

Ik heb hier vannacht geslapen en vergat mijn boekentas mee te nemen’ bekende ik.

10h21: storm en regen buiten. De houtkachel smeulde nog vanmorgen. Ze was nog warm. De zoon had er op het einde van de nacht bij zijn thuiskomst een houtklomp ingelegd.

Normaal zou ik naar de oudste zoon gaan om het plafond te plamuren maar we hebben problemen met het opstarten van de verwarmingsketel,  de nieuwe spoelbak van de wc moet geplaatst worden en het hout ligt om ingekort te worden voor de houtkachel. Ik bel hem dat ik niet kom. Hij lijkt opgeluchter dan ik wanneer ik het hem vertel. Zijbijmij had ook niet veel zin.

Het is moeilijk om aan iets te beginnen als je zin hebt om in de zetel te ploffen en wat te lezen.

Doe dat dan, zegt het duiveltje in mij.

Gun de klus geen uitstel. Eens zal je het toch moeten doen, redeneert de huisvader.

11:05: de verwarmingsketel werkt terug. Vanwege het proefdraaien wordt het binnen tropisch warm. Ik heb zin in een broodje confituur met boter. Zijbijmij dwijlt het hondshaar van de vloer. Daarna gaat ze in het dorp inkopen doen. Vanavond eten we ajuinsoep.

De zoon is opgestaan en ligt in de oude lederen fautuille met zijn knokige voeten voor het vuur. Neuspeuterend staart hij voor zich uit. Ik observeer en ga op zoek naar de herinneringen toen hij nog een kind was. Tenslotte herbeleef ik zijn geboorte.

15h: wat een rotweer. Het riet waait tegen de grond. Alles is nat. Geen raaf die uit een boom komt. Zullen we in die windvlagen gaan wandelen? Neen, daar heeft ze beslist geen zin in. Zelfs de hond krijg je met geen stok buiten. Hou op met dat gezeur over het weer. Morgen staken ze tegen welstandsverlies. Wablieft?
Log in om uw stem te geven aan deze inzending.

Reacties:

  • Michelly - 09/10/08 16:33

    Inderdaad, wablief??? Daar is het het heel geschikte moment voor en zij kunnen het weten!!!!

    Michelly