Een proza van warket

Vorige: katrien Volgende: Bosbessen
idioten

De milt van boestering staat in de oven te stoven. Het vriest, de hemel is wit. Rijm blijft aan takken hangen. Na een half uur beginnen blote vingers te tintelen van de kou. Het is de charme van de winter. Bij deze wens ik U in dit nieuw jaar hetzelfde dat ik mezelf zou toewensen. Ooit zien we elkaar nog wel eens, misschien op een fiets. Laten we daarover niet onzeker blijven. Zelf heb ik mij gedistantieerd als een flierefluiter die uw landschap probeert te versieren. Deze samenleving reguleert zichzelf wel zonder mij. Ga nu maar slapen en kruip weg in een droom die je zelf niet gekozen hebt. Misschien ga je wel vliegen over afgronden of opnieuw dingen doen die je heel lang geleden gedaan hebt of wilde doen.
Slaap en droom, kameraad.

Hij is in slaap gevallen en niet meer wakker geworden. Hij was een merkwaardig figuur.
Zij die hem gekend hebben noemden hem de Fré. Hij zou nog aan de dokken gewerkt hebben tot het mis liep. Nou ja, mis…de Fré dronk graag een pint in het schipperskwartier en was vrijgezel. Hij verwachtte geen grootse dingen van zichzelf.
Op een dag ging het niet goed met zijn gezondheid en is hij weg gebleven.
Eerst dachten ze dat hij met een schip vertrokken was, tot ze hem in zichzelf gekeerd zagen zitten op de trappen aan het station.
Elke ochtend zat hij daar, zacht wiebelend met zijn hoofd, zonder op te kijken naar de voorbijgangers. Hij was een stille geworden.     Eigenzinnig overleefde hij de nachten in koude seizoenen buiten, leefde in de krochten van de geest, zichzelf afvragend waar de zin eindigt en de waan begint.
Ze zijn
rare vogels in deze samenleving. Thuisloze habitués in de straat, sommigen onzichtbaar, anderen des te opvallender.
Neem nu de prediker die zichzelf het apostolaat heeft toegeëigend. Niet op pauselijk nivo. Neen, hij is een straatwerker die op ondenkbare uithoeken van het trottoir met een blik op oneindig het woord verkondigt. Terwijl hij dat onafgebroken doet, zwaait hij met zijn rechterhand, wijsvinger naar de hemel gericht. Ik denk dat het hem weinig kan schelen dat niemand luistert. Zijn ogen richten zich nooit tot een ander. Die wereld is alleen voor hem toegankelijk.
Ik zag hem eens prediken voor een etalagepop of was het tegen een weerspiegeling in de vitrine? Zou hij zijn spiegelbeeld herkennen?
Steeds gekleed met die onafscheidelijke lange grijze winterjas, fiets bij de hand, kruist ons pad winter en zomer in dezelfde stad.
Een keer hebben we mekaar aangesproken toen we in een ouderwetse tunnel onder de spoorweg schuilden voor een regenbui.
Dan ben ik te weten gekomen dat hij een zesenvijftiger is en de stad al heel lang kent. Die ene keer had ik met die zonderling oogcontact.
Ook de muzikant draagt een te groot verkreukeld pak. Grijzend haar tot net over de oren altijd in de war, net zoals hij, voorovergebogen zigzaggend van het ene naar het andere terras. Zijn hoofd tikt dan van links naar rechts schuin naar beneden. Hij draagt in zijn linkerhand een versleten Spaanse gitaar waarop twee snaren ontbreken. Aan elk terras speelt hij tien seconden een melodie die hij alleen begrijpt. Daarna graait hij uit zijn jaszak een kartonnen beker waarmee hij even vluchtig als zijn melodie langs de tafels gaat. Hij is het gewoon dat men niets geeft. Geen stem, geen akkoorden. Het publiek wil waar voor geld.
Je ziet hem enkel bij zomerweer want binnen mag hij niet musiceren. Op een keer wou ik zijn gitaar stemmen maar hij hield ze krampachtig vast alsof zijn voortbestaan bedreigd werd. Hij zwerft hier al jaren rond in het zomerseizoen.
Dan is er nog de zwijger. Ook hij blikt naar oneindig. Ik schat hem rond de dertig. Te jong weggeblazen uit een gebroken samenleving. Hij stapt met gevoel voor evenwicht en draagt een volgepropte plastieken zak over zijn schouders, meestal rechts.
Net zoals de prediker kom je hem alle jaargetijden zowat overal tegen in de stad.
Schimmen, respectabele stadsidioten. Wie zijn ze?

Log in om uw stem te geven aan deze inzending.

Reacties:

  • Amanda Visch - 30/05/08 22:15

    Warket

    Elke stad kent zo zijn stille figuren en vaak zijn het toch de meest bekende...Ik ben er al heel wat tegen gekomen....Wie zijn ze....Goeie vraag....
  • warket - 31/05/08 16:06

    Amanda,

    Wat mij vooral fascineert is hoe onbenaderbaar ze zijn en de drempelvrees om contact met die mensen die ik daarbij zelf ervaar.

    groet,
    warket