Een proza van warket

Vorige: invlucht Volgende: katrien
stalen vogels
Stalen vogels trekken wegen door purperblauw en beneden glinstert hooggras. Het is stil, behalve haar adem als ik haar aai. Zangzindig riek ik aan mijn hand. Ze kwispelt voortdurig. Ben ik een mens, vraag ik me af in gebroken stilte. Het schemert. We gaan terug vanwaar we gekomen zijn; bloeden stenen in lange stegen onder haar poten en mijn geschoeide voeten. Terug met haar naar zijbijmij. Met haar, zijbijmij naar vollemaan. Met haar, zijbijmij en vollemaan naar een ander. Dan terug met haar.
Na een nacht en een halve dag…zindert de hitte in het middaguur. Op weg naar huis blijf ik staan in halfschaduw en kijk naar bloeiend kruid tussen bewegende netels. Mijn lichaam zweet en is beschermd. Het is een vlinderdag sinds vanmorgen. Ik had het al gezien toen kraaien goedgezind in een vertraagd beeld opkrasten. De roofvogel heb ik niet meer gezien.
Misschien komt het door mijn gedachten. Ik denk voortdurend aan mijn zoon en tel zes uur bij deze tijd. Hij is naar een ver land vertrokken.
Hier zijn de bermen nu geel en wit, pogen jonge beien stilstand te bewaren in windvlagen.

De hollewegen, die blijven bestaan.
Log in om uw stem te geven aan deze inzending.

Reacties:

  • Roman Forbeville - 10/05/08 16:01

    Stalen vogels

    Krijg er kop nog staart aan. Behalve schrijffouten heb je niet veel te zeggen met dit.
  • warket - 11/05/08 10:37

    ongetiteld

    U zal de enige niet zijn die er kop noch staart aan krijgt, ook al is dat mijn bedoeling niet. Die schrijffouten, dat zijn nieuwe woorden, behalve de beien die bijen moeten zijn.
    Bedankt voor het kritisch commentaar.

    groet,
    warket